
Een wellicht onbewolkte zondagmorgen in mei. Het dichte dakraam verraadt niets van wat er zich aan de andere kant afspeelt, en door de luchtgaatjes van de veluxen weerklinken de vrolijke deuntjes uit de volière van de buren, terwijl Toon Hermans smakelijk vertelt over zijn ervaringen met een bal gehakt op een banket, iets waar onze Tiktokgeneratie niet langer dan de intro zou kunnen boeien. De opname is uit 1965, en ik mijmer tijdens het genieten van zijn spitsvondige woordspelingen en warme vertelstem even terug in de tijd.
Soms denk je op een bewolkte donderdagnamiddag bij jezelf: “Eigenlijk is het leven prima zo. Waarom zou iemand hier iets aan willen veranderen? Nee, zeker weten, laten we dat vooral zo houden, geen overbodig drama of ingewikkelde toestanden, héérlijk!” Tot je tegen het einde van een onverwacht en meermaals bangelijk tumultueus jaar ineens out of the blue je smartphone zakelijk een berichtje hoort aankondigen, waarvan je de impact behoorlijk zal onderschatten…
Iedereen die de beginjaren van de chat heeft meegemaakt, kent zonder twijfel nog wel het heerlijke geluidje van ICQ, dat weerklonk bij elk berichtje. Quasi een kwarteeuw geleden was dat Social media avant la lettre, en het was dan ook enorm spannend om zomaar willekeurige mensen te leren kennen in een toen nog onschuldige setting. Het geluid van een de typische schrijfmachine terwijl je berichtjes tikte, was rustgevend en spannend tegelijk. Na het wat griezelige inbellen met je analoge modem en je Planet Internet-account, lag de toen nog onontgonnen virtuele wereld voor je open en kon de ontdekkingstocht beginnen. Zo heb ik over de jaren heen duizenden gesprekken gevoerd met mensen van over de hele wereld, en steeds bleef ik genieten van, maar mij tegelijk verbazen over de verscheidenheid, maar ook de gelijkenissen van al die mensen uit zo verschillende landen, talen, culturen, gewoontes, …
Zo had ik geen flauw benul van wat ik zou starten toen ik op een willekeurige dag een slordige 25 jaar geleden nietsvermoedend ‘Jen_i80’ aansprak. Al van bij het begin voelde het alsof we elkaar al jaren kenden. Het kussen, waarmee ze angstvallig thuis haar modem tot stilte dwong bij het opstarten van het internet, zodat haar ouders het niet hoorden, en mijn eerste pc op kot waren niet zo stille getuigen van de uren die we babbelend, lachend, geboeid in wat de ander allemaal meemaakte en wilde delen, doorbrachten. Facebook, Instagram, Snapchat, Discord, het waren wat ons betrof zelfs nog geen echte woorden. Als de toen behoorlijk stevige maandelijkse rekeningen voor het internetgebruik kwamen, trotseerde ze moedig haar papa, die na de eerste schok van het bedrag haar nieuwe interesse maar matig kon smaken, ook al hebben deze gesprekken ons echt wel de overgang naar het nieuwe millennium vlot hebben laten verlopen, en hij ongetwijfeld erg fier zou zijn als hij wist hoe hij zijn dochter daarmee geholpen heeft. Zeker weten.
De plastuit voor vrouwen op festivals, de legalisering van de prostitutie in Nederland en Duitsland, ja zelfs de verovering van België door de kapsalon konden ons niet tegenhouden om na een tijdje voorzichtig contact te zoeken. Elkaar live horen was in het nog geen optie, dus stootte ik onlangs nog es op de allereerste geluidsbestandjes die ‘Jen_i80’ mij stuurde via een of andere site op het internet met een voicemailsysteem. Mijn delen van die gesprekken hebben deze voor ons toch belangrijke periode in onze geschiedenis jammer genoeg niet overleefd, maar die eerste keer haar stem horen doet mijn hart toch altijd weer even overslaan, wat volgens mijn cardioloog gelukkig zelfs zonder noemenswaardig risico is.
Wellicht gewenning, het openbaar vervoer dat in die tijd in haar omgeving nog niet geëlektrificeerd was, en het feit dat mijn uitspraak over mijn type ondanks de vruchtbare grond waar ze in viel, nooit wortel schoot, leidde ertoe dat we elkaar minder frequent lazen. Onze blitse Nokia gsm’s konden ons ondanks de ongelofelijke batterijduur niet overtuigen om elkaar letterlijk te vinden, maar dat maakte de paar keren dat we elkaar lazen er niet minder intens op. Nieuwjaar en elkaars verjaardag, dat waren elk jaar de ankerpunten, waar we beiden naar uitkeken, en waarbij Proximus even een piek vastlegde in het sms- en later WhatsApp-verkeer. Op een of andere manier bleef dit onze manier van elkaar op een of andere manier te volgen en juist omdat het zo’n veilige manier van communiceren was, waren we zo zot van elkaar letterlijk alles toe te vertrouwen. We leefden toch onze levens gescheiden van elkaar, dus waarin loerde het gevaar, toch? Integendeel, zo geweldig en aangenaam om alles aan iemand kwijt te kunnen en te weten dat die persoon daarin meeleefde.
We deden elk ons ding, apart en toch steeds verbonden, Nijn en ik. Zo heb ik haar al vrij snel genoemd, zo is ze altijd gebleven, en ze zal ook de enige Nijn voor mij zijn. Haar echte naam gebruik ik eigenlijk nooit en ik ben er altijd van overtuigd geweest dat ze het ook niet anders had gewild. Toen haar bootje door woeligere wateren begon te varen, voelde ik de rimpelingen van het soms kolkende levenswater, maar daarna volgende even het spreekwoordelijke zwarte gat en verdween even alle beweging.
Stephen Hawking en Albert Einstein kunnen op hun hoofd gaan staan en de Hucklebuck dansen op 3 vingers: uit dit zwarte gat kon er wel terug licht ontsnappen. 2,5 jaar later telden de indrukwekkendste wetten in de fysica even niet meer mee. Een simpel berichtje zorgde ervoor dat we op kerstavond ineens het Proximus-netwerk even dichttrokken tot een stuk in de nacht. Althans, dat vinden we toch leuk om te denken. Bijna symbolisch, maar van het eerste moment terug heerlijk vertrouwd met oude en nieuwe anekdotes, massieve tsunami’s aan vragen over al die verstreken tijd, die we in telefoongesprekken (die blijkbaar maximum 2 uur aan een stuk kunnen duren?!) en ellenlange chats de daaropvolgende dagen probeerden te bundelen in lijstjes, voor als we wat meer tijd hadden om die onhoudbare stroom aan vragen onder controle te krijgen, deze keer met een sprankelende onbekende horizon, met een enorme honger om te weten te komen wat er allemaal mogelijk zou zijn. Maar 25 jaar zonder overdreven amoureuze interesse had het geduurd vooraleer ik ’s morgens om half 4 door een overijverige dyslectische haan werd wakker gekraaid in haar bed. Uitwendig mijn verontwaardiging uitspreken was even waarachtig als het “Yeah, that’s right!”-gevoel van de legendarische John Goodman in het beklijvende spannende Arachnophobia.
In de weken die daarop volgden ging het hard. Erg hard. Slapen was eerder optioneel, en achteraf gezien vragen we ons nog altijd af hoe we dat in hemelsnaam ooit overleefd hebben. Een intensieve verhuis met naweeën, Nijn de ene week met 3 kittens, de andere week met een onbekend lief dat sporen begon achter te laten, de spontane ontmoeting met oma Pluis, Nijns kinderen die zich begonnen af te vragen wie hun zo ergerde met dat “uh-oh” geluidje op mama’s smartphone, en voordat ik het wist werd ik uitgenodigd voor een BBQ bij oma en opa Pluis, waar ik de 3 geweldige kittens leerde kennen en waarna ik elk besef ben verloren van de werken die ik kon zien vanuit mijn zetel in mijn loft. Dat was nu zo’n 3 maand geleden…
Nijn had mij in het begin wel gewaarschuwd dat ik mij niet snel zou vervelen, en na 180 dagen mag ik wel volmondig beamen dat verveling verder weg blijft dan een tarbot in zoetwater. Van 0 kids en totale rust naar 3 kids en totale chaos om de andere week, van occasionele hobbykok voor mezelf naar voltijds kok voor 2 tot 5 erg kritische eters, het zijn maar een paar van de zaken die niet altijd hun gevreesde twijfelachtige reputatie waargemaakt hebben. Vogels, wespen en andere creaturen bouwden ondertussen nesten in de motoren van mijn Dreamliner, die wat verweesd aan de grond bleef staan en ook het samenleven met een HSP’tje, zoals dat dan gelabeld wordt, met specialisatie ADD zorgt voor de kers op een taart met een wel erg boeiend en soms verrassend smaakpalet zo achter op de tong.
25 jaar geleden leerde ik mijn Nijn kennen, zij haar Beer. We hebben er al die tijd over gedaan om te beseffen dat we echt wel een ijzersterk duo kunnen zijn, willen zijn. Of het een goed idee was om haar al die jaren mijn diepste en heftigste geheimen te vertellen, geen flauw idee. Voorlopig vinden we het meer een voor- dan een nadeel, ook al sta ik zo wel meer dan eens met de billen bloot. Gelukkig is zij dan ook de enige die dat kan zien. Wat mij betreft, voelde het als thuiskomen. Al die jaren heb ik mij afgevraagd hoe het geweest zou zijn, en of het iets had kunnen worden, omdat het zo natuurlijk en zo aangenaam voelde. En terwijl we op die zondagmorgen om iets na negen samen in bed kijken en genieten van de rustgevende maar grappige Toon Hermans besef ik dat ik misschien toch nog iets meer tijd nodig heb om helemaal zeker te zijn. Grapje grapje, zonder twijfel, Nijn, Beer en de 3 kittens for the win! Het echte leven kan nu beginnen, laat maar komen, die volgende 25 jaar, deze keer zullen ze ons zo niet meer liggen hebben!